Vaginale bevalling bij een stuitligging

Tijdens het gesprek over de bevalling van een kindje in stuitligging, wordt er met jou en je partner besproken wat jullie wensen zijn en wat jullie kunnen verwachten.

Een vaginale stuitbevalling lijkt erg veel op een bevalling van een kindje in hoofdligging. Het belangrijkste verschil is dat bij een stuitligging het hoofd als laatste wordt geboren. Het hoofd van de baby is het grootse deel, dit maakt dat de geboorte van het hoofd soms moeilijker gaat.

Bij een bevalling van een kindje in stuitligging is er een grotere kans op problemen of uiteindelijk een keizersnede. Daarom raden wij altijd aan om in het ziekenhuis te bevallen. Een gynaecoloog is gespecialiseerd in het begeleiden van stuitbevallingen en zal daarom ook altijd aanwezig zijn tijdens de geboorte.

Hoe gaat de bevalling?

Bij een vaginale stuitbevalling wachten we meestal af tot de weeën vanzelf beginnen, net als bij een kindje in hoofdligging. Tijdens de bevalling zijn er mogelijk meer zorgverleners op de kamer dan bij een bevalling van een kindje in hoofdligging. Gedurende de bevalling word je begeleid door een verloskundige of arts-assistent. Ook zorgt er een gespecialiseerde verpleegkundige voor je. Het OLVG is een opleidingsziekenhuis en er zal gevraagd worden of er ook een student mag kijken bij je stuitbevalling. Tijdens de fase waarin je gaat persen, komt de gynaecoloog erbij en vaak ook een gynaecoloog in opleiding. Het is belangrijk dat gynaecologen in opleiding goed leren een vaginale stuitbevalling te begeleiden. Tijdens de bevalling houden we je kindje in de gaten door middel van een continu hartfilmpje. Het CTG (hartfilmpje) is draadloos en je hebt daardoor de mogelijkheid om rond te lopen of te douchen.

Bij een stuitbevalling is er een grotere kans dat we weeën-opwekkers aanraden, ondanks dat je zelf ook weeën hebt. Zo zijn we er zeker van dat de weeën tijdens het persen krachtig genoeg zijn om de geboorte soepel te laten verlopen. Dit stimuleren van de weeën gaat via een infuus in je arm. Ook met een infuus kun je vrij bewegen.

Tijdens een stuitbevalling kun je zelf bepalen in welke houdingen je de weeën wilt opvangen. Je kan de weeën zittend, staand of liggend opvangen en zelfs in ons bad, als het beschikbaar is. De geboorte in bad bij een stuitligging raden wij niet aan, omdat we dan onvoldoende zicht hebben en niet snel genoeg kunnen ingrijpen wanneer dit nodig mocht zijn.

Het kan zijn dat de gynaecoloog je tijdens de geboorte vraagt om op je handen en knieën te gaan zitten of juist om te draaien naar een rugligging. Ook dit heeft te maken met het soepel laten verlopen van het laatste stukje van de bevalling.

Ook bij een stuitbevalling kun je pijnstilling krijgen. Bijvoorbeeld een ruggenprik of een pompje met Remifentanil.

Na de bevalling krijg je je kindje meteen op je borst en kun je indien gewenst meteen borstvoeding geven.

Soms moet het kindje direct na een geboorte in stuitligging even geholpen worden met het opstarten van de ademhaling. Dit doen we op je kamer. Meestal krijg je kort hierna je baby weer op je buik.

Wanneer is een vaginale bevalling niet mogelijk?

Een vaginale bevalling van een kindje in stuitligging is niet mogelijk als:

  • Het kindje ten tijde van de bevalling in voetligging ligt. De voeten van het kind liggen dan onder de stuit. De baby staat als het ware recht op in het bekken.
  • Als je kindje dwars ligt.
  • De moederkoek (placenta) over de baarmoedermond ligt.
  • Er andere redenen zijn waarom de gynaecoloog een vaginale stuitbevalling zou afraden.

Voordelen van een vaginale stuitbevalling

  • Als je kindje via de vagina geboren wordt, dan mag je meestal dezelfde dag naar huis, omdat je geen operatiewond hebt.
  • Er is een kleinere kans op complicaties voor jezelf.
  • Als de vaginale bevalling lukt, zijn er minder risico’s voor een volgende bevalling.

Mogelijke problemen bij een vaginale stuitbevalling

Bij iedere bevalling kan iets misgaan, ook bij een bevalling van een kindje in hoofdligging. We noemen dit een complicatie. Hieronder kun je lezen welke problemen zouden kunnen optreden bij een vaginale stuitbevalling.

  • Je hebt een grotere kans dat de geboorte eindigt in een keizersnede dan bij een kindje in hoofdligging.

We adviseren een keizersnede tijdens de bevalling als:

  • De bevalling niet voldoende opschiet, ondanks weeën-opwekkers.
  • Als we ons zorgen maken over de conditie van je kindje.
  • Als tijdens het persen de billen van je kindje niet voldoende indalen.
  • Doordat het hoofdje als laatste geboren wordt, kan het zijn dat je baby iets meer tijd nodig heeft om te beginnen met ademen. Dit is meestal van korte duur en na 5 minuten is er geen verschil in conditie vergeleken met kindjes die vaginaal in hoofdligging zijn geboren.
  • Als de gynaecoloog je kindje heeft moeten helpen met de geboorte van de armpjes, is er een klein risico op een gebroken sleutelbeen of een gebroken bovenarmpje. Ook is er een kleine kans op een zenuwbeschadiging.

Meer informatie over complicaties kun je lezen bij achtergrondinformatie bevallen.